Hoera we worden ouder

Hoera we worden ouder!

We worden steeds ouder maar we worden ook gezonder oud. Met dank aan de medische vooruitgang en tal van andere verwezenlijkingen. De levensverwachting is de laatste decennia flink opgelopen. De kans om de honderd te halen wordt steeds groter. Uit de demografische vooruitzichten 2016-2060 van het Federaal Planbureau blijkt dat vrouwen nog altijd winnen van mannen op vlak van levensverwachting. De gemiddelde levensverwachting bij mannen mag dan intussen opgeklommen zijn tot 78,6 jaar; de vrouwen doen het nog altijd beter met 83,2 jaar. Is het verschil vandaag nog bijna 5 jaar, in 2060 zal dat naar schatting zijn teruggelopen tot 2 jaar. Gemiddeld worden vrouwen dan 88,5 jaar, mannen 86,5. Tegen 2050 verdrievoudigt het aantal 80-plussers. Volgens prognoses groeit het aandeel 65-plussers tot ongeveer 2040. Vanaf dan blijft de vergrijzing stabiel door de geleidelijke uitdoving van het babyboomeffect.

De generatie geboren tussen 1941 en 1955 wordt omschreven als de babyboomgeneratie. Ik ben geboren in 1953 en mag me dus nog net een telg van deze generatie noemen. We waren inderdaad met velen. De ooievaars draaiden overuren toen wij geboren werden. We zijn de laatste generatie die op traditionele manier werd opgevoed. We moesten luisteren en doen wat ons verteld werd. We zagen de wereld om ons heen veranderen; zagen de leefomstandigheden verbeteren. De koelkast en de wasmachine deden hun intrede in het huishouden. Het telefoonnetwerk werd verder ontwikkeld. Voortaan geen tussenkomst meer van de telefoniste op de telefooncentrale; je kreeg meteen de persoon die je wilde bereiken aan de lijn. De verkoop van televisietoestellen kreeg een enorme boost. Maar niet bij mij thuis. Mijn vader was onverbiddelijk: geen tv in huis tot je middelbare studies zijn afgerond. Bij de buren gaan kijken naar ‘Schipper naast Mathilde’ en ‘De Ronde van Frankrijk’ had ook zijn charme. Maar wat stond er op mijn zestiende verjaardag als verrassing in onze huiskamer? Juist: een kijkkast. Net op tijd om samen met Neil Armstrong de eerste stap op de maan te zetten.

Ik heb ze dus nog meegemaakt, de iconische jaren 60. Eerst als hoelahoepende leerling op de (overvolle) – het babyboomeffect weet je wel – lagere dorpsschool, daarna al iets rebelser op een naburig meisjeslyceum. Geen ribfluweel, minirok of spijkerbroek voor ons. Althans niet op school. Daar was het obligate blauwe uniform met plooirok en smetteloze hardgesteven chemisier de norm. In het weekend daarentegen droegen we fleuriger materiaal: hotpants, jeans met wijd uitvallende pijpen, hippieachtige maxijurken, lange kettingen en een opvallende haartooi. Een enorme zonnebril maakte het plaatje af. Wij meisjes vielen in katzwijm voor de Beatles en de Stones. We droomden ervan ooit de rol van Miss Moneypenny naast Sean Connery, alias James Bond, te mogen vertolken. Samen met de wereld rouwden we om de vermoorde president John F. Kennedy. Het Woodstockfestival werd een mijlpaal in de muziekgeschiedenis. Joe Cocker, Creedence Clearwater Revival en Santana speelden er de pannen van het dak. Ik vind ze nog altijd dé max.

We groeiden op in een tijd van welvaart. Durfden opnieuw in de toekomst te geloven. We genoten meer onderwijs dan onze ouders en vonden kennis en werkplezier belangrijker dan fysieke kracht en status. We oriënteerden ons op de samenleving, werden mondiger, kritischer en wilden onze stem laten horen. Politiek werd iets van onszelf. De roep naar solidariteit, gemeenschapsvorming en inspraak was groot. Is het dan verwonderlijk dat ik nu voluit de kaart trek van Voor Ternat?

‘Forever young, I want to be forever young …’ zong ooit de Duitse band Alphaville. Er zit vandaag de dag nog heel veel pittige jeugdigheid in de ouderdom. Nog nooit was ouder worden zo kansrijk als nu. Niet slecht toch?



Reacties (2)